
© 1999 Bulls of Crown
Sinds 1999
Last update: 23-04-2012
DNA(Desoxyribo Nucleic Acid)
De DNA-databank, van belang voor hondenfokker en eigenaar!!!
In de laatste jaren maakt het DNA-onderzoek een geweldige ontwikkeling door. Binnen
afzienbare termijn zullen DNA-testen een oplossing vormen voor veel erfelijke problemen,
ook bij onze hond. Opslag van weefselmonsters (bloed) in een zgn. DNA-databank kan
hierbij een belangrijke rol spelen.
Wat is DNA?
Net als bij alle levende organismen
is ook het lichaam van honden opgebouwd uit cellen. Bijna elke cel heeft een kern
met daarin chromosomen, de dragers van de erfelijke eigenschappen. Chromosomen zijn
langgerekte dunne moleculen, het zogenaamde DNA (deoxyribonucleic acid).
In het DNA
is de erfelijke code van elk individu vastgelegd. Deze code bepaalt welke uiterlijke
kenmerken het dier heeft, bijvoorbeeld tot welke soort en tot welk ras het behoort,
maar ook welke erfelijke ziekten en afwijkingen het dier bij zich draagt. Bij de
voortplanting wordt door elk van de ouders de helft van deze code aan elke nakomeling
doorgegeven. Met behulp van speciale laboratoriumtechnieken is het mogelijk een deel
van de erfelijke code zichtbaar te maken en deze te vergelijken met die van familieleden.
Omdat, uitgezonderd eeneiige tweelingen, geen twee dieren hetzelfde zijn, heeft elk
dier zijn eigen unieke "DNA-profiel".
Wat is een DNA-databank?
Een DNA-databank is
een opslag (een archief) waarin weefselmonsters van individuen worden bewaard. Meestal
gaat het om bloedmonsters, soms om speeksel- of haarmonsters, waaruit zodra dat nodig
is het DNA kan worden vrijgemaakt. Die monsters worden volgens een vastgesteld protocol
verzameld. Hierbij is het van het grootste belang dat de juiste identiteit van het
dier wordt vastgesteld. De dierenarts dient bij de monstername een en ander dan ook
nauwkeurig te controleren.
Nadat de monsters bij de DNA-databank zijn ingeleverd
worden die in twee helften verdeeld en op twee verschillende locaties opgeslagen.
Daarmee wordt voorkomen dat al het materiaal bij brand of een andere vorm van overmacht
verloren zou gaan. De opgeslagen monsters worden gedurende minimaal vijfentwintig
jaar bewaard.
Het belang van een DNA-databank
Een DNA-databank kan voor een aantal
toepassingen worden gebruikt.
1. DNA-profielen
Door (een deel van) de unieke erfelijke
code van de hond - het zgn. DNA-profiel - te bepalen is de identiteit van de hond
onomstotelijk vast te stellen. In tegenstelling tot een chip of tatoeage die zoek
kan raken of onleesbaar kan worden, blijft het DNA-profiel onveranderbaar en controleerbaar
aanwezig. Zelfs als er nog maar een klein stukje weefsel van het dier beschikbaar
is kan het profiel en dus de identiteit van de hond nog worden bepaald. Dit kan een
rol spelen bij bepaalde geschillen (verlies, diefstal, etc.). De eigenaar is dan
in staat aan tonen dat het dier waar het om gaat toch echt zijn eigendom is. Steeds
meer eigenaren laten dan ook om bovenvermelde reden bij de afname van het weefselmonster
ten behoeve van de DNA-databank gelijktijdig een DNA-profiel van hun hond opmaken.
Fokkers gebruiken de DNA-profielen voor hun pup-kopers, die krijgen kopieën van de
DNA-profielen van de ouderdieren mee zodat ze, als zij dat zouden willen, de correctheid
van de afstamming van hun pup kunnen laten controleren. Daarmee maken deze fokkers
zichtbaar dat ze volledig betrouwbaar en controleerbaar willen werken. Bij de koper
geeft dat een extra stuk vertrouwen.
Soms wordt er veel geld uitgegeven bij de aankoop
van een hond uit ouders met bijzondere kwaliteiten of voor een hond met een belangrijke
afstamming. De koper zal vooraf een garantie willen hebben dat hij ook de hond krijgt
met de afstamming die hem werd beloofd. Een DNA-profiel kan hem die zekerheid bieden.
2.
Afstammingscontrole
Voor de fokkerij en het selectiebeleid is het van groot belang
dat de fokkers en rasverenigingen over betrouwbare afstammingsbestanden beschikken.
Afstammingsgegevens worden immers gebruikt bij de beslissing om wel of niet met een
bepaalde hond te fokken. Met behulp van het in de databank opgeslagen DNA kan, in
geval van twijfel, de afstamming van de hond snel en gemakkelijk gecontroleerd worden.
Het DNA wordt dan vergeleken met dat van de ouders en andere verwanten. Dat is vooral
belangrijk indien er sprake is van selectie tegen erfelijke gebreken. Als de afstamming
niet zou kloppen kan dat immers tot ernstige schade leiden, zowel voor de selectieprogramma's
die de fokkers toepassen als voor de eigenaren die hun fokdieren ten onrechte juist
wèl of niet voor de fokkerij gebruiken.
3. Ontwikkeling en validatie van nieuwe DNA-testen
In
de toekomst zullen steeds meer DNA-testen beschikbaar komen. Met deze testen kan
worden nagegaan of uw hond vrij is van een erfelijke afwijking, of hij de afwijking
vererft (drager is) of lijder is. Nu is het zo dat, zodra er ergens op de wereld
een nieuwe DNA-test voor een erfelijke afwijking beschikbaar komt, deze eerst uitvoerig
moet worden getest. Om aan voldoende DNA-monsters te komen voor deze validatie, moet
er vaak een beroep gedaan worden op de fokkers en eigenaren van hiervoor in aanmerking
komende honden (lijders aan de betreffende afwijking en hun familieleden). Omdat
de monsters meestal speciaal moeten worden verzameld voor dit ene doel kost dat veel
tijd en geld. Indien deze monsters vanuit een DNA-databank beschikbaar zijn kan dat
veel sneller en veel goedkoper.
4. Praktijkscreening voor erfelijke gebreken
Nadat
gebleken is dat een nieuwe DNA-test geschikt is gebleken voor toepassing bij een
bepaald ras, is de vraag aan de orde hoe die test moet worden ingepast in het fok-
en selectiebeleid. Voor fokkers is het van groot belang om zo snel mogelijk te weten
wat de erfelijke status is van hun honden. Ze willen weten of hun fokdier wel of
niet drager is van de afwijking. Wanneer er weefselmonsters van de fokdieren opgeslagen
zijn in de DNA-databank kan dit heel snel worden vastgesteld, zonder dat dit extra
inspanningen en kosten voor bemonstering (bloedafname) met zich meebrengt. Daarmee
komen de voordelen van de nieuwe DNA-test zo snel mogelijk ten goede aan de fokkerij.
Bovendien krijgen de fokkers de mogelijkheid om achteraf, zelfs lang nadat de betreffende
dieren overleden zijn, na te gaan of hun fokdieren wèl of niet drager of lijder waren
voor die afwijking. In een aantal gevallen is dat belangrijke informatie voor verdere
keuzes in de fokkerij.
