
© 1999 Bulls of Crown
Sinds 1999
Last update: 01-01-2012
Heupdysplasie(HD)
Een erfelijke afwijking waar nooit mee gefokt mag worden
Voorwoord:
Trap er niet in als een fokker zegt dat hij aan de buitkant(gangwerk) van een hond kan zien of een hond Heupdysplasie(HD) heeft want dan kan niet!!!
HD is alleen aantoonbaar door middel van een röntgenfoto die gemaakt word door een specialist.
Een hond kan een super gangwerk hebben maar toch HD hebben terwijl een hond met een slecht gangwerk gewoon vrij kan zijn van HD!!!
Koop alleen een pup uit HD & ED(elleboogdysplasie) geröntgende ouderdieren want HD & ED zijn voor een deel erfelijk bepaald en beide afwijkingen geven ze door aan hun nageslacht!!!
(vraag wel om een schriftelijk bevestiging van de specialist en trek het na)
Lees onderstaand goed door!!!
Heupdysplasie, beter bekend als HD, is een erfelijke aandoening. Uit de vele onderzoeken
naar deze afwijking blijkt dat uitwendige invloeden zoals groeisnelheid, lichaamsgewicht,
beweging, spierontwikkeling en voeding hierbij eveneens een belangrijke rol spelen,
zeker gedurende de eerste levensmaanden van de Bearded Collie. Overmatige lichaamsbeweging
en toediening van extra kalk aan honden die compleet hondenvoer krijgen, hebben een
negatief effect op de ontwikkeling van HD.
HD is ongeneeslijk, en kan al in een zeer
vroeg stadium worden waargenomen, alleen in Nederland schijnt dit een probleem te
zijn.
De symptomen hangen af van de ernst van de afwijking , maar kunnen in bepaalde
situaties goed
worden waargenomen:
1) Beide achterpoten tegelijk gebruiken om zich snel voor te bewegen , om zijn gewicht
naar de voorpoten te verplaatsen.
2) Stijf opstaan na een rustperiode.
3) Zeer snel
uitgeput na een normale wandeling.
4) Een achterpoot niet gebruiken.
5) Een gang
welke duidelijk afzwaait.
6) Moeilijkheden met traplopen.
7) Koehakkigheid (hakken
worden naar binnen gedraaid)
Bij dergelijke symtonen kan de dierenarts d.m.v. een
röntgenfoto zien of er inderdaad sprake is van HD, en wordt met name gelet op de
vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting
van de heupkoppen in de kommen en aan de aanwezigheid van botwoekeringen langs de
randen van de heupgewrichten.
Juist bij het fokken van rashonden is het van groot
belang om te achterhalen of er aanleg voor HD aanwezig is of niet. De diergeneeskundigen
hebben echter ook een bepaalde mate van verantwoordelijkheid, want HD is een van
de meest overgediagnosticeerde en verkeerd gediagnosticeerde aandoeningen.
Uit wetenschappelijk
onderzoek is gebleken dat HD voor 20 tot 30% erfelijk bepaald is. Dit houdt in dat
HD voor 70 tot 80% niet erfelijk bepaald is, dus wordt bepaald door omgevingsfactoren.
Als een fokker moet kiezen tussen een hond die HD-vrij is bevonden, maar waarvan
de ouders, broertjes en zusjes HD-D zijn bevonden, en een hond die HD-D is bevonden,
maar wel HD-vrije ouders, broertjes en zusjes heeft, zal hij ongetwijfeld voor de
laatste hond kiezen. Je kunt dan immers met vrij veel zekerheid zeggen dat de mate
van HD niet erfelijk is bepaald, maar is veroorzaakt door omgevingsfactoren.
Een
ervaren dierenarts kan al bij een pup van vijf à acht weken voelen of de heupen stabiel
zijn. Met behulp van Barden's palpatietechniek kan men voelen of de heupkop al dan
niet "vast" in de heupkom zit. Met enige zekerheid kan dan al voorspeld worden of
de heupgewrichten zich "normaal" zullen ontwikkelen. Veel Nederlandse dierenartsen
beheersen deze techniek echter niet of onvoldoende. En door middel van een MRI-scan
kan al bij een pup van 16 weken HD worden geconstateerd. Maar ook dat gebeurt in
Nederland niet.
Bij de ideale situatie is de gewrichtskop van het dijbeen 100 % aangesloten
in de gewrichtskom. De kop is volledig opgesloten en vertoont geen enkele ruimte.
Maar helaas komt deze situatie in de praktijk maar zelden voor.
Het panel geeft
een definitieve beoordeling af, welke de mate van HD aangeeft.
HD-A (= negatief)
Röntgenologisch vrij van heupdysplasie.
HD-B (= overgangsvorm) Röntgenologisch geringe
afwijkingen.
HD-C (= licht positief) Röntgenologisch afwijkingen aanwezig.
HD-D (=
positief) Röntgenologisch duidelijke afwijkingen aanwezig.
HD-E (= positief in optima
forma) Röntgenologisch ernstig misvormd.
De uitslag geeft echter alleen uitsluitsel
over de aanwezigheid van HD bij de hond , maar geeft niet aan of de hond drager is
van de afwijking.
En dat is nu het punt wat zeer belangrijk is: de erfelijkheid van
HD moet in de generaties daarvoor worden bekeken. Een HD vrije(A) hond gekruist met
een HD vrije hond geeft dus zeker niet de garantie dat de pups ook HD vrij zijn.
We zullen hier niet te diep op deze materie ingaan , maar het kan ook anderom gebeuren.
2 x HD D kan een HD vrije(A) hond geven, maar deze is dan zeker drager van een HD
erfelijke afwijking.
Om de hond te kunnen laten röntgenen dient deze de leeftijd
van minimaal 12 maanden te hebben.
Een beoordeling kan maximaal 1 x per jaar plaats
vinden en de uitslag van dit onderzoek vervangt de vorige uitslag.
Dus is de hond
eerst HD licht positief beoordeeld en deze wordt een jaar later opnieuw beoordeeld
, maar de uitslag is dan HD negatief, dan vervalt de eerste beoordeling.
De uitslag
van het HD-onderzoek zegt ook lang niet altijd iets over de mate van erfelijkheid.
Bijvoorbeeld: een pup wordt zodanig opgevoed dat alles wordt gedaan om een positieve
HD-uitslag te voorkomen. De voeding is perfect, de lichaamsbeweging verloopt precies
volgens het boekje, enzovoort. Als de hond een jaar oud is worden er foto's genomen.
Uitslag: HD-B Prima dus. Met die hond kun je rustig fokken.
Maar nu gaan wij met
dit pupje iets minder zorgvuldig om, en in plaats van op éénjarige leeftijd laten
wij de hond pas op negenjarige leeftijd röntgenen. Uitslag: HD-D. Is het nu minder
verantwoord om met deze hond te fokken? Is er iets in zijn genen veranderd? Nee,
want uitsluitend zijn gestel is veranderd, terwijl zijn genen nog precies dezelfde
zijn. En als deze hond ondanks zijn slechte HD-uitslag op negenjarige leeftijd nog
perfect loopt en absoluut geen pijn heeft, en bovendien over een geweldig karakter
beschikt, hebben wij dan een slechte koop gedaan en moeten wij de fokker van deze
hond dan iets kwalijk nemen? .
Preventie
Is HD te voorkomen?
Een afdoende behandeling
voor HD bestaat niet. Daarom moet getracht worden de ontwikkeling van HD zoveel mogelijk
te voorkomen. Dat kan door de uitwendige omstandigheden voor jonge, opgroeiende honden
zo gunstig mogelijk te maken (goede voeding, maar vooral niet teveel; overmatige
belasting van de heupgewrichten voorkomen; beperken van springen, trap lopen en trekken);
Voeding
Tijdens de groei van het bot wordt steeds kraakbeen omgezet in bot: zowel
in de groeischijf als bij de uiteinden van alle botten. Verbening van het kraakbeen
kan verstoord worden door voedingsfouten.
Met name teveel energie, teveel Calcium
(kalk), een foutieve Calcium/Fosfor-verhouding en te veel of te weinig vitamine D
kunnen deze verbening met grote gevolgen verstoren.
Bekend is dat honden die "verkeerd"
gevoed worden beduidend meer lijden aan onder andere HD. Een hond die een "complete
voeding" krijgt heeft geen behoefte meer aan extra vitaminen en mineralen. Vooral
extra kalk en Vitamine D hebben juist een averechts effect op de skelet- en gewrichtsontwikkeling.
Dit geldt echter niet voor vitamine C.
"Compleet" voer moet, wettelijk verplicht,
de juiste hoeveelheden en verhoudingen van o.a. Calcium, Fosfor en Vitamine D bevatten.
Te hard groeien en overgewicht beïnvloeden beiden het optreden van HD ten nadele.
Als vuistregel doet men er goed aan de aanwijzingen van de voerfabrikant omtrent
de te verstrekken hoeveelheid voer op te volgen.
Beweging
Tijdens de groei van de
hond is voldoende en gedoseerde beweging noodzakelijk om de weke delen goed te laten
ontwikkelen.
Met name "rechtlijnige beweging" is voor de ontwikkeling van de bekkenspieren
belangrijk; dus met name in rechte lijn wandelen, naast de fiets lopen in een rustige
draf of zwemmen zijn erg geschikte bewegingsvormen. Meerdere malen per dag een kwartier
is een goede richtlijn.
Over het fietsen met de hond is nogal wat discussie; vele
onderzoekers menen dat dit een geschikte bewegingsvorm voor jonge honden is, mits
men zich aan enkele regels houdt.
De hond moet minimaal 10 à 12 maanden oud zijn.
Onder fietsen wordt verstaan een (sukkel)drafje. De lengte van de fietstocht hangt
met name van de jonge hond af; de hond mag wel moe, maar niet oververmoeid raken.
Een jonge hond geeft meestal zelf aan hoelang, maar overdrijf met name de eerste
maanden niet.
Ongeschikte bewegingsvormen zijn korte draaibewegingen; dus de opgroeiende
jonge hond niet overdreven achter balletjes of stokken aan laten rennen, traplopen
of veelvuldig (op) springen zijn helemaal uit den boze.
De hond heeft HD
Wanneer de
hond geen klachten vertoont is behandeling niet nodig en gelukkig kunnen veel honden
ondanks hun HD prima als huishond functioneren. De kans op problemen blijft echter
bestaan en zal toenemen naarmate meer van de hond wordt geëist (zoals bijvoorbeeld
bij africhting) en naarmate de hond ouder wordt.
HD is niet te genezen, maar in veel
gevallen wel te behandelen.
Misvormingen van de heupgewrichten kunnen, eenmaal aanwezig,
niet meer ongedaan worden gemaakt.
Een behandeling zal dan ook vooral gericht zijn
op de revalidatie van de afwijkende heupgewrichten: overmatig lichaamsgewicht voorkomen
of drastisch verminderen (vermageren) om onnodige belasting van de heupgewrichten
te voorkomen;
regelmatige lichaamsbeweging om de gewrichten minder stijf te doen
worden en proberen de bespiering te bevorderen (vaak korte stukjes uitlaten, lichte
looptraining, zwemmen);
pijnbestrijding als ondersteuning van de revalidatie (injectie
of medicijnen, en/of eventueel operatief ingrijpen).
Meer informatie over Heupdysplasie(HD) klik hier