
© 2008 LABF
GESCHIEDENIS VAN DE AMERIKAANSE BULLDOG
Deze hond stamt af van de Mastiffachtige. Het land van oorspronkelijke herkomst is Engeland en de huidige Verenigde Staten.
De Amerikaanse Bulldog is oorspronkelijk geen gladiatordog zoals de Stafford, Argentijnse dog, Mastino, Cane Corso, Boerboel e.d.
De oorspronkelijke taak van dit ras (meer dan 100 jaar geleden) was het assisteren van de boer met het vangen van weerbarstig vee en hij fungeerde als waakhond. Hij werd ook gebruikt als jachthond op met name zwijnen, verwilderde honden en voor het drijven van vee. Ze zorgden ervoor dat het vee niet ging zwerven en beschermde ze tegen wolven. Ook beschermenden ze hun bazen tegen ongewenst bezoek.
Rond de 17de en 18de eeuw werd de bulldog gebruikt om stieren te vangen voor de slager.
Als vermaak liet men hem vechten met diverse dieren o.a. stieren (bull-
Dit vermaak gebeurde overal over de wereld van het Engelse platteland tot zelfs in de Verenigde Staten. In 1835 werd het in het verenigd koningrijk bij de wet verboden, daardoor werd de bulldog een gemeenschappelijk huisdier.
Tegen eind Wereldoorlog II echter, was het ras bijna uitgestorven. Maar John J. Johnson, een terugkerende oorlogsveteraan, begon het ras weer nieuw leven in te blazen samen met verscheidene andere fokkers waaronder Scott, Painter en Koura, die honden alleen selecteerden op capaciteit.
Daarnaast hadden Lana Lou Lane en haar vader een eigen lijn, die ze Alapaha Blue Blood Bulldog noemde. Ook deze honden waren belangrijk. De kleur blauw en brindle stammen af van de Blue Paul, een oude vechthond uit Engeland.
Johnson begon zorgvuldig Amerikaanse Bulldoggen te fokken met gebruik van andere rassen en streng te selecteren zodat gezondheid en werkcapaciteiten behouden bleven.
In de jaren 70 hadden John J Johnson en Alan Scott besloten om niet meer met elkanders honden te fokken maar beide een eigen weg in te slaan waardoor er 2 verschillende types Amerikaanse Bulldoggen ontstonden. (het Johnson/bully type en het Scott/standard type)
Het Johnson type zijn uitstekende waakhonden met zeer lieve aanhankelijke trouwe karakters.
Omdat ze in de afgelopen 10 jaren zo groot en grof waren geworden (tot ruim 68 kilo) zijn ze minder geschikt om mee te werken, maar dat maakt hij goed met zijn indrukwekkende verschijning. (Het Johnson type lijkt op een atletische, stevig gebouwde, “witte” Bullmastiff.)
Het standaard type daarentegen is gefokt om te werken en heeft ook duidelijk ontzettend veel drive, kan over het algemeen iets sneller agressief zijn maar ze zijn, net als het Johnson type, zeer trouwe metgezellen.
Ze hebben een duidelijk atletisch gespierd lichaam, (lijken op een grote, grove, hoge, “witte” Pitt Bull.) staan hoger op de poten en zijn slanker gebouwd, (wegen gemiddeld 27 tot 40 kilo) wat ze snel en wendbaarder maakt. Tevens hebben ze een langere neus zodat ze meer uithoudingsvermogen hebben
Doordat men rassen is gaan kruisen zoals Mastiff en bullachtige rassen en andere oude Molossers (o.a Sint Benard, Spaanse bulldog, Bordeaux dog, witte grote Pittbull, Engelse bulldog, atletische Engelse Mastiff, Leopard dog, Alaunt, Greyhound) zijn de verschillende types en diverse kleuren ontstaan.
John J Johnson zorgde ervoor dat de Amerikaanse Bulldog op 1 januari 1999 erkend werd door de Verenigde Kennel Club onder de naam "American Pitt Bull dog" maar later is de naam veranderd in: “American Bulldog”.
De American Pitt Bull dog paste niet in het hokje Pitt Bull.
Enkele liefhebbers van hondengevechten zagen in deze hond een ultieme vechthond maar bleek daar niet geschikt voor te zijn. De Amerikaanse Bulldog bleek het natuurlijk instinkt dat iedere hond tegenover zijn soortgenoten dient te bezitten, namelijk niet door te vechten als zijn tegenstander zich overgeeft, nog sterk in zijn genen verankerd te hebben. Een natuurlijke remming die iedere hond behoort te bezitten tegenover een soortgenoot.